online aanmelden

Stuitligging

Bij een stuitligging moet je keuzes maken. Wil je dat de baby wordt gedraaid, of laat je de natuur zijn gang gaan?

Soorten stuitliggingen

Van de Nederlandse baby’s ligt twee tot drie procent bij de geboorte met de billen naar beneden, en 80% van de vrouwen die zwanger zijn van een baby in stuitligging, bevalt tegenwoordig uiteindelijk met een keizersnede. De meeste vinden dat jammer: ze willen graag een natuurlijke bevalling meemaken.

Als je je hebt voorbereid op een thuisbevalling in je eigen vertrouwde omgeving is het een domper als je niet thuis mag bevallen.  Wanneer de baby in stuit ligt, mag je in Nederland namelijk niet thuis bevallen. Dit is zo omdat er een vergrote kans is op complicaties.

Feiten van een stuitligging

Tijdens de zwangerschap is het heel normaal dat je baby in een stuit ligt. Baby’s draaien veel in de baarmoeder. Aan het eind van de zwangerschap hebben ze minder ruimte om nog te kunnen draaien. Pas als je 36 of 37 weken zwanger bent, is de kans dat de baby nog spontaan draait klein. Als de baby dan nog steeds in stuitligging ligt, krijg je een echo ter controle van de ligging en waarbij wordt gekeken of er contra-indicaties voor het eventueel draaien van de baby bestaan.

Waarom een kind in een stuitligging ligt is niet altijd duidelijk. Wel komt het vaker voor bij:

  • een vroeggeboorte
  • een meerling
  • of wanneer het kind een aangeboren afwijking heeft.

Maar in ongeveer 85 procent van de zwangerschappen is er geen verklaring te geven voor de stuitligging.

Draaien of niet?

De eerste keuze die je moet maken als je baby in stuit ligt is of je het kind wil laten draaien (stuitversie). We adviseren dit wel te doen. Zowel de verloskundige beroepsvereniging (KNOV) als de gynaecologische beroepsvereniging (NVOG) adviseren dit.

stuitversie

stuitversie

Bij het handmatig draaien, proberen we uitwendig het kind vast te pakken en te kantelen. De meeste vrouwen vinden dit een enge gedachte. Maar vooraf en achteraf wordt er een echo en een hartfilmpje van het kind gemaakt. Meestal vinden zwangeren het heel erg meevallen.
De meest geschikte zwangerschapsduur om een kind te draaien is rond de 35 tot 37 weken. Eerder is de kans groter dat het kind weer terugdraait. In principe kán het draaien tot vlak voor de bevalling, maar dat is onder meer afhankelijk van de grootte van het kind en de hoeveelheid vruchtwater. Soms kan er ook niet gedraaid worden omdat de baby te ongunstig ligt of er te weinig vruchtwater is. De keuze wel of niet draaien is aan jou. Wij kunnen je bij het maken van de keuze wel van goede informatie voorzien en zullen aangeven of het draaien in jouw geval af te raden is of niet.

Gaat het om het eerste kind?

Dan is het draaien lastiger dan bij een tweede of derde baby. De baarmoeder en buikwand zijn dan namelijk nog stevig. Gemiddeld lukt het in 40% (eerste kind) tot 50 – 60% (bij tweede kind of meer) van de gevallen om een kind te draaien.

Meer informatie?

Meer informatie is te vinden op de volgende sites: